De hand van…

… Fatima is nu ietwat meer dan een uur bezig om deze blog aan de praat te krijgen. Met vaderlijke begeleiding van Robert Keizer en Peter Pellenaars is dit dan het resultaat. Om je te bescheuren! Ik ben in ieder geval erg content met het feit dat ik dan eindelijk een -hetzij spuuglelijke- plek heb om mijn ei te leggen.

Welkom, allen.

Fatima

Advertenties

6 reacties

Opgeslagen onder Blogs

Broeders en zusters

Ik weet zeker dat ik in de bak was beland als ik een of twee broers zou hebben gehad. Jawel. Doodslag of wellicht zelfs Murder One. Het voordeel van enig kind zijn als Marokkaans meisje, is dat de gigantische kloof tussen het man- en vrouwzijn weg valt. Waar de meeste meisjes van mijn afkomst iedere dag geconfronteerd worden met seksediscriminatie binnen het gezin en keer op keer het onderspit delven op dat gebied, had ik het toch een stuk makkelijker. Geen jongens, geen broers, dus een hoop minder frustraties over de voortrekkerij van de zonen. Met mijn nogal overheersende rechtvaardigheidsgevoel, zou ik mezelf helemaal kapot hebben geergerd aan een broer met nul aan huishoudelijke taken, vrijheid blijheid wat betreft zijn doen en laten buiten de vier muren van het huis, vragen die vaker niet dan wel worden gesteld. En een hijgende adem in je nek als je een keer de stad in gaat. Je hebt sociale controle binnen de gemeenschap, maar indien je broers hebt, wordt die sociale controle nog eens vertienvoudigd in het kwadraat. Constant op je hoede zijn is het gevolg. Achterdocht. Paranoia. Het hebben van een (volwaardige) relatie wordt tot de macht 20 bemoeilijkt. Los van het feit dat de meeste jongens een stuk voorzichtiger zijn als een meisje broers heeft. Een simpel afspraakje wordt al gauw een mission impossible; andere stad, een alibi, een avondklok.
Het doet me afvragen wat zoiets met een meisje doet? Als je van jongs af aan door je moeder soortement wordt gedwongen de vieze sportsokken van je broertje te wassen en zijn overhemden te strijken, terwijl hij lurkend aan een glas thee tegen moeders weelderige boezem leunt en zich God in Frankrijk voelt, dan kan ik me voorstellen dat je een bepaald signaal krijgt, wat maar op een manier te interpreteren is: je bent minder belangrijk dan je broertje. Zeker als herhaaldelijk blijkt dat diezelfde broer niets fout kan doen in de ogen van jullie beider ouders, zelfs niet als hij jou bijvoorbeeld bewust lichamelijk letsel toebrengt. Het komt vaak voor dat broers zich de rol van ouder toeeigenen. Mijns inziens ligt hier de oorzaak van het ongehoorde disrespect naar vrouwen toe binnen onze, door mannen gedomineerde cultuur. En ook van de verbittering van meiden omtrent dit onderwerp. En ik durf zelfs zo ver te gaan om te zeggen dat als je met dit gedrag in je omgeving opgroeid, er een vrij grote kans is dat je zelf ook zo gaat denken, over jezelf en over andere vrouwen. En als man krijg je dit ook met de paplepel ingegoten. Op die manier wordt zo een opvoeding waarin er wezenlijk en pijnlijk verschil is tussen het behandelen van dochters en de behandeling van zonen in stand gehouden. En zorgt deze voor frictie wanneer men zich probeert te handhaven in een samenleving waarbij dat toch veel minder herkenbaar is.
Needless to say: uiteraard is ieder gezin anders en zijn er genoeg uitzonderingen. Maar waarom moeten het uitzonderingen zijn? Ik had liever gezien dat ze eerder de regel waren.

Deze column werd op 10 november 2008 gepubliceerd op SENmagazine.com

Reacties uitgeschakeld voor Broeders en zusters

Opgeslagen onder Ouwe meuk!

Changes

‘Zodra die nieuwe vloer erin zit, ben je weg, hoor je me!’ Ik kijk mijn vader verbaasd aan. ‘Papa, was het niet zo dat je mij zou moeten verbieden op mezelf te gaan wonen en dergelijke, in plaats van me met zoveel enthousiasme het huis uit te werken?’ Times change. People change. Ik kan me nog herinneren wat voor burgeroorlog ik moest ontketenen om mijn vader zo ver te krijgen dat ik op vrijdag met mijn vriendinnetjes naar de koopavond mocht. Hel en verdoemenis. Om 17.00 uur thuis, anders slaap je maar op het station! Niks ervan.  Goed, inmiddels zitten er wel meer dan 10 jaar tussen de tijd dat ze nog voor het donker de sleutel in het sleutelgat moesten horen steken en mijn inmiddels derde zelfstandige woning, maar het blijft toch wonderbaarlijk. En iets om bij stil te staan. Ik krijg de laatste jaren vrij vaak te horen dat mijn vader en moeder zo ‘redelijk, ruimdenkend en liberaal’ zijn. Dat was ooit anders geweest. Zou de Westerse cultuur ook vat hebben gekregen op hen, van wie wij jongelingen altijd dachten dat ze veel te vastgeroest waren in hun normen en waarden uit het jaar 1814, dat ze onze verlangens en behoeftes nooit zouden begrijpen? Ik weet dat er in welke cultuur dan ook per definitie een kloof is tussen ouders en kinderen, qua opvattingen, normen en levensvisies. En dat geeft de nodige wrijving. Dat geeft de nodige conflicten. Maar ik dacht dat wij allochtone Nederlandse jongeren het misschien net een tandje moeilijker hadden in het overbruggen van die kloof met onze ouders.  Want het is niet alleen die leeftijdsverschillen en bijbehorende levenservaring die tussen ons stond, maar ook twee totaal verschillende samenlevingen en culturen. Ik kon het dus wel uit mijn hoofd zetten, met school op kamp.  Zelfs logeren bij een vriendinnetje was not done, ze had immers veel broers. En broers waren altijd van het mannelijke geslacht. Maar ergens in 10 jaren hebben mijn ouders toch een ontwikkeling ondergaan, een shifting van hun mentaliteit. Ooit vertikte mijn moeder het om naar de markt te gaan, daar onacceptabel was voor een nette Marokkaanse getrouwde vrouw om zich in een marktsituatie te begeven. Nu gaan we gezellig naar de markt, naar de binnenstad, naar de Beverwijkse Bazaar, naar Karwei en naar Praxis, zonder ook maar een seconde stil te staan bij het idee dat ooit schande werd gesproken van het idee dat een vrouw boodschappen zou doen tussen mannelijke medeconsumenten. En papa, papa wast tegenwoordig af. Zonder mopperen en zonder dat het helpen van mama in het huishouden hem minder mannelijk  danwel de baas in huis zou maken. Het zijn kleine dingen, maar tegelijkertijd ook grote dingen.  Grote veranderingen. En ik moet maar gauw ophoepelen naar mijn nieuwe woning, nu ik de kans heb zelfstandig te wonen in de wetenschap dat het mijn ouders niet ongelukkig maakt!

Deze column werd op 1 juni 2008 gepubliceerd op SENmagazine.com

Reacties uitgeschakeld voor Changes

Opgeslagen onder Ouwe meuk!

Hoezo anders?

Het lijkt wel of ik word overspoeld door zelfbenoemde allochtonenexperts, die het zo fijn vinden om met mij te praten over de allochtonenproblematiek in Nederland, en dan met name die van Marokkanen in het bijzonder. Want ik ben ‘anders’. In mijn 27-jarige leventje heb ik nu naar mijn mening iets te vaak gehoord dat ik zo ‘anders’ ben. En net zo vaak het nogal dubieuze compliment geincasseerd dat ik ‘toch zo goed Nederlands spreek.’ Het begint me op de zenuwen te werken. Wanneer men zo vol is van de noodzaak tot integreren, is het toch wel uitermate vreemd steeds te moeten constateren dat het feit dat ik, net als vele andere jongeren (en ouderen! Nota bene: mijn analfabete moeder van 55 heeft zich nu al meer dan 2 jaar vastgebeten in de jungle die de Nederlandse taal en grammatica heet ), gewoon Nederlands spreek zo een curieus gegeven is voor autochtone Nederlanders. De media kotsen iedere dag berichten uit over acceptatie, integratie, tolerantie, burgerschap en identiteit, maar mij bekruipt met de dag steeds meer het gevoel dat ik nog altijd als anders word gezien. Sterker nog, het wordt me juist letterlijk gezegd! En in hoeverre moet de opmerking dat ik zo goed Nederlands spreek dan een compliment voor mij zijn? Ik geef anderen toch ook geen compliment met betrekking tot hun taalbeheersing? Some people have a keen sense for stating the obvious (zoals je ziet, spreek ik ook een aardig woordje Engels, waar blijft de veer in mijn reet?) En wat maakt mij zo ‘anders’, anders genoeg dat een autochtoon zich veilig voelt om dat op samenzweerderige toon tegen mij te zeggen? Ik word er helemaal akelig van. Ik dacht namelijk dat ik hetzelfde was. Maar kennelijk niet, ik schijn heel anders te zijn. En vervolgens blijkt dat men heel graag OVER Marokkanen wil praten met mij. Zich niet realiserend dat ze MET een Marokkaan praten. Negen van de tien keer volgt er een monoloog over hoe slecht het gaat in Nederland door die Marokkanen, Antillianen, Turken en andere niet-Westerse allochtonen. (Niet jij, hoor. Jij bent anders.) Waarom voelt men toch steeds de noodzaak om die ‘verschillen’ tussen mij en bijvoorbeeld mijn geloofsgenoten, of mede-Marokkanen te benadrukken? Verdeel en heers? Of ben ik eigenlijk de uitzondering die de regel bevestigt en geeft diegene met die opmerking aan, dat ie eigenlijk generaliseert? Ik krijg het gevoel dat ik bewust als ‘anders’ word gezien, omdat de autochtoon alleen op deze manier in staat is een eigen identiteit te definieren. Mijn anders zijn is wat de autochtoon autochtoon maakt.

Deze column werd op 5 mei 2008 gepubliceerd op SENmagazine.com

Reacties uitgeschakeld voor Hoezo anders?

Opgeslagen onder Ouwe meuk!

Wit brood (Part Two)

Het was weer afzien, deze ‘vakantie’. Hoewel ik me twee jaar geleden had voorgenomen de eerstkomende 10 jaar geen voet meer in Marokko te zetten, liet ik me afgelopen zomer toch weer verleiden. Half juli toog ik weer naar Marokko, naar het welbekende Rifgebergte om precies te zijn, om me daar geheel volgens verwachting op te laten sluiten in ons tweede huis. Dit jaar had ik echter wel de hoop een beetje bruin te worden tussen het dweilen door. It’s a hard knock life. Ook dat dweilen moest me dit jaar wat makkelijker afgaan dan de voorgaande jaren. We hebben een waterbron in de grond onder de tuin. Dus we hebben een mooie, Riffijnse, ontzettend arbeidsintensieve waterput tussen de olijfboompjes staan. Vorig jaar (ja, papa is druk bezig geweest met “moderniseren”) heeft papa een wateropslag laten bouwen en een elektrische pomp aangeschaft. Dus voor water druk je op een knop, pompt water naar dak et voila, ‘stromend water’. Geen gesjouw met emmers meer. Gewoon kraantje open en dweilen maar! Wat een weelde.

De meeste mensen in ons dorp hebben echter helemaal geen water. Hoe vaak ben ik met mijn nichtjes mee geweest die verderop woonden en water moesten halen? Soms zelfs helemaal in een ander dorp, van een gemeenschappelijke waterput. Dan gingen we in een vrolijke stoet paarden en ezels, zingend en lachend op weg. God, er werd wat afgeflirt toen. Niet dat ik er wat mee van doen had, ik was elf jaar of zo. Maar dat weerhield de nodige aanbidders er niet van op hun vrijersvoeten aan te snellen. Sterker nog, in de Rif is het nog steeds vrij normaal om als wildvreemde aan te kloppen… Of nee, aanbellen. We hebben sinds we elektriciteit hebben tegenwoordig een bel bij de buitenste poort. Om dus aan te bellen en te vragen naar een “glas thee”, met andere woorden: wij hebben gehoord dat jullie nog een vrijgezelle dochter hebben, wij komen het mollige, melkwitte Europese handje vragen. Gelukkig hebben we nog een poort aan de achterkant van het huis, waar je als wandelende verblijfsvergunning er stiekem tussen uit kan piepen.

Ook dit jaar was het raak, tot wel twee keer toe ging de bel, waarvan een keer zelfs tijdens het dweilen. Gelukkig konden mijn ouders de humor van deze invasie wel inzien, anders was ik nu wellicht mijn wittebroodsweken aan het vieren met een wildvreemde kerel. Dat die praktijken nog voorkomen, zeg. Op dat soort momenten ben je Rita Verdonk toch een beetje dankbaar dat ze de gang naar Nederland via economische (import-)huwelijken heeft bemoeilijkt door een aantal flinke hindernissen op te werpen. Ik heb gelukkig ouders die me niet (met behulp van emotionele chantage) onder druk zouden zetten zo een economisch huwelijk aan te gaan, maar er zijn genoeg andere vrouwen bij wie dit wel gebeurt. Het is voor deze groep maar goed ook dat de mogelijkheden beperkter zijn tegenwoordig. Het lijkt me in ieder geval een erg droog stuk wit brood om te behappen, als het je overkomt.

Deze column werd op 23 augustus 2007 gepubliceerd op SENmagazine.com

Reacties uitgeschakeld voor Wit brood (Part Two)

Opgeslagen onder Ouwe meuk!

Wit brood

Marokkaanse bruiloften zijn big business. Eenmansbedrijfjes schieten als paddenstoelen uit de grond. Vrouwtje voor de henna, vrouwtje voor de visagie. Iemand voor decoratie. Catering met aanhang. Alternatieve zaalhuur, want bij de meeste autochtone etablissementen dien je ofwel de drank af te nemen, ofwel dien je hen het diner of buffet te laten verzorgen. En dat is meestal geen Marokkaanse kost. Dan heb je nog de cameravrouwen. Grote vraag naar, gezien de vele gescheiden (mannen en vrouwen apart) bruiloften die gegeven worden. Idem fotografe, bruidsbegeleidster, kapster, vrouwelijke dj’s, al dan niet vrouwelijke bruiloftsbands. Verhuur van bruidskleding, van westerse trouwjurk tot traditionele trouwjurk voor de eerste, tweede en soms zelfs, zoals vanouds, derde dag. Als je het helemaal bont wilt maken, heb je ook nog een speciale jurk nodig voor dag 7, de dag dat je een volle week getrouwd bent en je je ouders feestelijk mag ontvangen bij je kersverse echtgenoot. Ben ik nog iets vergeten? Oh, ja. Verhuur van nep-boeketten, nep-corsages, nep-bloemen-voor-op-de-auto. Verse bloemen zijn erg mooi, maar waarom moeilijk doen, als je het kunt huren. Alles wat maar te verkopen of te verhuren valt, vind je op sites als Marokko.nl, waar meer dan half Marokkaans Nederland (lijkt het wel) de kost probeert te verdienen, vaak zwart, met het servicen van Marokkaanse bruiloften. En VEEL dat het er zijn. Erg trouwlustig volkje zijn we. Maar ja, dat is ook niet heel erg gek. Samenwonen is anno 2007 not done, het hebben van een relatie wordt misschien nog gedoogd, maar dan moet je het wel niet al te opvallend doen. Wil je dan iets van “samenleven” met elkaar, dan zit er niks anders op: trouwen. En hoe meer toeters en bellen, hoe beter. Dag voor de henna, dag voor de vrouwen, dag voor de mannen apart, dag voor de mensen die niet volgens het geloof naar muziek luisteren, dag voor de mensen die het niet erg vinden een gemengde bruiloft te bezoeken. De dag erna. Dag om de kadootjes uit te pakken. De eerder genoemde zevende dag. Je blijft bezig en bezig gehouden worden. Veel meiden staan dan ook beteuterd te kijken als na zo een sprookjesbruiloft blijkt dat er ook iets van een huwelijk is. Wat hard werken is. Jawel. Maar ja, kun je het ze die onwetendheid kwalijk nemen? Verder dan op-donderdag-avond-naar-de-bioscoop-relaties zijn veel meisjes en jongens niet gekomen. Zelfs op zichzelf wonen hebben ze niet gedaan. Meisjes in ieder geval negen van de tien keer niet. Want een vrouw gaat pas het huis uit als ze trouwt. In sommige culturen dient een vrouw soms maar twee keer het huis te mogen verlaten. Eén keer als ze trouwt en de tweede keer als ze naar haar graf wordt gedragen. Lekker sociaal. Afijn, om terug te komen op het kersverse bruidspaar: zo een jongen en meisje hebben dan nooit eerder een huishouden kunnen bestieren EN moeten ze daarbovenop nog eens voor een partner zorgen. Dat is fietsen met je handen achter je rug gebonden. Arme kids.

Anyhow, ik heb een fotograaf nodig. Weet iemand een goede?

Deze column werd op 19 juli 2007 gepubliceerd op SENmagazine.com

Reacties uitgeschakeld voor Wit brood

Opgeslagen onder Ouwe meuk!

Dokter

Vroeger wilde ik dokter worden. Niet zozeer omdat ik graag mensen wilde genezen, maar omdat ik als jonkie aanvoelde dat dokter zijn heel erg stoer was. De betekenis van status en prestige was mij nog onbekend, maar ik had al gauw door dat dokter zijn je op een bepaald niveau plaatste, wat anders was. Daar droomde ik van.

Later kwam ik weer bij zinnen toen ik erachter kwam dat je daarvoor 180 jaar diende te studeren. En dat was niet echt mijn pakkie an. Door de havo heen geslapen hebbende, was ik nog niet uitgeslapen en wilde ook nog door een vervolgopleiding heen slapen. Geen universiteit, maar hbo dus. Ik koos voor de studie Communicatie, want daarmee kon je de reclame in. En reclame was heel stoer. Veel geld mee gemoeid, snelle auto’s, hippe kleding. Ja, ook dat had prestige. Daar droomde ik van.

Door de hbo-opleiding slapende werd me langzaamaan duidelijk dat de reclame zo makkelijk nog niet was. Streberige, blonde tuthola’s uit Vught e.o. in mantelpakjes vulden iedere dag mijn blikveld. hbo-Communicatie was een echte “meidenopleiding”. Ik haat “meiden”. Ik was te nuchter hiervoor. Ik viel weer in slaap.

Toen ik wakker werd, bleek ik opeens te schrijven. Ik schreef al geruime tijd, naar het scheen. In bladen, in kranten. Omdat ik uit verveling, tijdens mijn studie, maar andere dingen ging doen. Zoals mijn mening ventileren op het internet. Je wint een prijs, je krijgt een contract. Mensen die je aanmoedigen: “Je droom komt uit!” Oh, ja? Maar sinds wanneer wilde ik schrijver worden? Last time I checked was ik een briljante reclamevrouw. De een na laatste keer zelfs dokter. Toch bleek ik te schrijven en ik schreef maar door, een flink aantal jaren lang. Voor websites, voor magazines, voordrachten en zelfs een boek. En iedereen was zo trots, op de schrijfster. Op de journaliste.

Behalve ikzelf.

Ik schudde mezelf wakker. En toen zat ik op mijn plek. Op een communicatiebureau, met een tekst voor mijn neus. Ik bevond me in de reclamewereld, tussen snelle auto’s en heel erg veel euro’s. De blonde tuthola’s bevonden zich in dezelfde kamer en bleken opeens lang niet zo truttig te zijn. Sommigen waren zelfs heel aardig. En ik bleek nog gewoon te schrijven, maar wel voor een communicatiebureau. Voor verschillende klanten, voor verschillende mensen, over verschillende zaken. En ik was behoorlijk uitgeslapen. Was mijn droom dan toch uitgekomen? En dokter zijn dan?

Ach, doktertje spelen is veel leuker.

Deze column werd op 28 juni 2007 gepubliceerd op SENmagazine.com

Reacties uitgeschakeld voor Dokter

Opgeslagen onder Ouwe meuk!