Maandelijks archief: mei 2011

Niedelans.

“Ui!”

“Ei.”

“Uiiiii.”

“Ei!”

“Mama, het is ui. Ui ui ui.”

“Eijoe.”

Ik kijk mijn moeder streng aan over mijn bril.

Mijn moeder kijkt met twinkelende bruine ogen terug. Ze vindt het kennelijk allemaal reuze grappig.

“Ok, we gaan een andere proberen. Zeg eens uu.”

“Oe?”

“Nee, uu.”

“Oeeeee.”

Ik bedenk me dat ik beter een voorbeeld kan noemen wat ze begrijpt.

“Uu, zoals in duur. Duur.”

“Doer!”

“ Heel duuuuuuuuuuuuur.”

“Hiel doer!”

Ik zucht.

“Uuuuu. Je moet je lippen zo tuiten. Uuuuu.”

Ik trek een zuurpruimmondje. Dat kan ik goed.

“Oeeeeeij?”

Ik leg mijn werkboek neer en breng mijn vingers naar haar mond. Ik probeer haar lippen in de juiste vorm te boetseren.

“Uu.”

“Wwwwwoeee.”

“Uuuuu.”

“Eujjjj.”

“Uuuuu.”

“Uuuuuwww.”

“Ja, dat was hem.”

“Uuuuuwww.”

Ik hoor mijn vader grinniken in de andere kamer. Het is half 1 ’s nachts en ik zou eigenlijk – net als mijn vader – al in bed moeten liggen, maar mijn moeder stond erop dat ik haar zou helpen met haar huiswerk.

“Let niet op hem, hij is gewoon jaloers.”, zegt mijn moeder. “Uuuuwww.”

“Uur.”

“Oer.”

“Uuuuuur. Mama, wel je best doen.”

“Eujjjr?”

“Uur. Uuu.”

“Uuuuwr.”

“Zes uur.”

“Ses joer!”

Ik kijk haar vermoeid aan.

“Ik ga slapen, hoor. Het is veel te laat en ik moet morgen we-”

“Nee, nog niet! Nog eventjes oefenen. Jij helpt mij nooit. Als jij vaker met mij zou oefenen, dan was ik allang veel verder geweest met mijn schoolwerk en-”

Ik luisterde al niet meer. Ik had deze uiteenzetting van mijn moeder – ook wel bekend als emotionele chantage – al veel vaker gehoord. En ik had vaak genoeg braaf met mijn moeder aan haar huiswerk gezeten en haar geprobeerd wegwijs te maken in het duizelingwekkende doolhoof der Nederlandse taal en grammatica. Leg een analfabete vrouw van bijna 60 maar eens uit dat een ‘g’ een ‘g’ is, maar dat de ‘c’ in combinatie met de ‘h’ ook een ‘g’ is. Maar ik beet me er graag in vast. Los van het feit dat ik – gezien mijn enorme liefde voor de Nederlandse taal – helemaal in mijn element was natuurlijk, is het ook fijn om op deze manier mijn moeder te assisteren in het ontwikkelen van haar zelfredzaamheid in deze maatschappij. En de Nederlandse taal- en conversatielessen die zij vrijwillig volgt in het buurthuis, zijn een vliegwiel gebleken in haar ontwikkeling. Zelfs op 59-jarige leeftijd. Haar taalvaardigheid is met grote sprongen vooruit gegaan, met als gevolg dat ik steeds beter moet oppassen wat ik bijvoorbeeld in het Nederlands over de telefoon vertel aan vrienden. Nu kwam ze er sowieso middels haar moedertelepathie vrij rap achter wat ik op mijn kerfstok had, maar tegenwoordig gaat het zo snel, dat ik niet eens de tijd heb om een dichtgetimmerde smoes te fabriceren. Het nadeel van de vooruitgang. En het feit dat mijn moeder degene is van wie ik mijn stronteigenwijsheid heb geërfd, helpt natuurlijk ook niet bepaald mee. Te meer omdat ik haar geduld weer niet geërfd heb.

Ik zuchtte.

“Goed dan. We gaan weer verder. Ui.”

“Ei!”

Advertenties

15 reacties

Opgeslagen onder Blogs

Papadag

Ik hees me vermoeid in de bestuurdersstoel. We mochten weer een dag achteraan gaan sluiten in de file, samen met de andere loonslaven. Luidruchtig geeuwend startte ik de auto. Ik zag vanuit een ooghoek dat de benzinemeter omhoog kroop, maar ik weet dat aan het traanvocht dat mijn ogen vertroebelde op dat moment. Nadat ik mijn ogen droog had geknipperd, keek ik weer naar de benzinemeter. De radio sloeg aan en Q-Music schalde door de speakers. Ik fronste mijn wenkbrauwen en draaide de sleutel weer terug. De motor en de radio verstomden gelijktijdig en de benzinemeter zakte weer gestaag terug naar zijn beginpositie. Ik startte nogmaals de motor en geschiedenis herhaalde zich. Motor ronkte zachtjes. Benzinemeter steeg naar drie-kwartvolle tank. Adele zong iets over regen die in brand staat. Ik zakte achterover in mijn stoel en liet de emotie van het moment op me inwerken. Ik blikte omhoog naar het slaapkamerraam, waarachter mijn ouders sliepen, maar waarschijnlijker stilletjes aan het luisteren waren geweest naar mijn ochtendritueel van snooze, snooze en nogmaals snooze, zuchtend en kreunend opstaan, wassen, in kleding schieten en een verlaat ochtendgebed verrichten. Vervolgens de trap af stommelen, half over de kat struikelen, kat eten geven, waarna enkele minuten later de voordeur achter mij in het slot zou vallen en al snel het gebrom van de auto zou klinken in de verte.

De auto snorde tevreden. Papa had in mijn afwezigheid getankt. De middag ervoor had ik de auto voor de zoveelste keer op sterven na dood voor mijn ouderlijk huis geparkeerd. In de wetenschap dat mijn weinig vorstelijke salaris nog wel een week of drie op zich zou laten wachten en het contante geld in mijn portemonnee een fata morgana was, was ik genoodzaakt de fiets te pakken voor mijn afspraak die avond. En die noodzaak gold waarschijnlijk ook voor de opeenvolgende dagen. De afgelopen jaren stond het spreekwoordelijke water vrijwel chronisch aan mijn neus, tot groot verdriet van mijn ouders. Mijn ouders – die volgens de officiële terminologie in de categorie ‘minima’ vallen – hebben altijd toch de mogelijkheid gezien om ondanks hun eigen minimuminkomen mij enigszins bij te kunnen staan.

Een grote katalysator daarin is mijn vader. Mijn doorgaans norskijkende vader, wiens eeuwige frons ik geërfd heb, is niet bepaald te spreken over het feit dat ik zijn strenge arbeidsethos en bijbehorende spaarzin juist niet heb geërfd. Hij maakte vroeger lange dagen en nog vaker lange nachten als metaalbewerker in een machinefabriek, waardoor we het altijd goed hebben gehad. En met goed bedoel ik: degelijke auto voor de deur, elk jaar op zomervakantie naar Marokko, aanwezige buffer om eventuele onvoorziene uitgaven op te kunnen vangen.  Het goed hebben. Ik heb dat niveau ondanks mijn inmiddels tweede 29ste levensjaar nog niet helemaal kunnen evenaren en dat stemt hem treurig, wat hem dus automatisch die frons oplevert. Om de zoveel tijd spreekt hij een hartig woordje met mij, maar ik weet dat ondanks de harde toon mijn welzijn voor hem op nummer één staat. Dat laat hij keer op keer, op zijn eigen norse wijze, duidelijk zien.

Zo besloot ik op een avond, terwijl we in het centrum een hapje aan het eten waren gegaan, dat het wel eens onwijs gaaf zou zijn om die avond het nachtleven in te duiken. Gewoon lekker spontaan. Ik belde mijn ouders op, hing een weinig origineel verhaal op over blijven logeren bij een vriendinnetje na een avondje films kijken en ging de spreekwoordelijke hort op, wat achteraf gezien uiteraard lang zo onwijs gaaf niet bleek. Die ochtend werd ik vroeg gewekt door het rinkelen van mijn telefoon. ‘Papa belt…’ flikkerde het schermpje. Ik drukte hem weg en zeeg weer neer in bed. Even later ging mijn telefoon weer af, waarna ik het proces van wegdrukken en me nog eens omdraaien herhaalde. De derde keer besloot ik om het geluid van mijn telefoon uit te zetten. Enige tijd later was ik wakker genoeg om te constateren dat ik een aantal gemiste gesprekken had van de vriendin bij wie ik het zogenaamde slaapfeestje had. Een kort telefoontje leerde mij dat mijn vader die bewuste ochtend bij haar aan de deur had gestaan. Betrapt. Ik maakte aanstalten afscheid te nemen van mijn laptop, telefoon en bankpas, zaken die in mijn woordenboek gelijkstonden aan vrijheid. Maar mijn vriendin had gelogen dat het gedrukt stond dat ik met een andere vriendin mee was gegaan om bij haar te blijven slapen. Het hart klopte me in de keel. Naarmate ze verder vertelde, bleek juist dat mijn vader niet uit wantrouwige overwegingen daar die bewuste ochtend aan de deur had gestaan. Integendeel. Hij kwam mij de auto brengen, zodat ik zelf niet met de bus naar huis hoefde. Of waarheen het mij ook beliefde te gaan die dag. De autosleutels liet hij in beheer bij mijn vriendin en zelf ging hij met de bus terug naar huis. Aan de andere kant van de telefoon kon je me de brok in mijn keel weg horen slikken. Ik voelde me verschrikkelijk en kon wel janken. Wat ik daarna ook maar gedaan heb.

Een andere keer wilde het toeval na een dineetje bij dezelfde vriendin thuis de accu van mijn telefoon was uitgevallen en we onderwijl de tijd uit het oog verloren waren. Inmiddels was het diep in de nacht en ik besloot te blijven slapen. Gezien het tijdstip was het vrij laat om mijn ouders van mijn besluit op de hoogte te stellen en de accu was immers leeg. Toen ik de volgende dag mijn ouderlijk huis binnenstrompelde, kreeg ik natuurlijk wel de verwachte we-maakten-ons-reuze-zorgenpreek voor de kiezen. Maar zo heel erg bezorgd waren ze niet, merkte ik, daar mijn vader in het holst van de nacht had besloten de fiets te pakken en helemaal naar de overkant van Eindhoven te fietsen om te kijken of mijn auto wel voor de deur van vriendin stond. Hij concludeerde daarop dat ik niet verkracht, verminkt en vermoord, maar vooral heel erg verkracht (is veel erger) dood in een greppel lag, maar gewoon op een oor in de logeerkamer. Nietsvermoedend en onverantwoordelijk as usual.

Gisteren heeft papa getankt. Naar alle waarschijnlijkheid met een diepe frons op zijn voorhoofd. Een frons die alleen door veel dankbare kusjes van zijn dochter weet te verdwijnen.


11 reacties

Opgeslagen onder Blogs