Wit brood (Part Two)

Het was weer afzien, deze ‘vakantie’. Hoewel ik me twee jaar geleden had voorgenomen de eerstkomende 10 jaar geen voet meer in Marokko te zetten, liet ik me afgelopen zomer toch weer verleiden. Half juli toog ik weer naar Marokko, naar het welbekende Rifgebergte om precies te zijn, om me daar geheel volgens verwachting op te laten sluiten in ons tweede huis. Dit jaar had ik echter wel de hoop een beetje bruin te worden tussen het dweilen door. It’s a hard knock life. Ook dat dweilen moest me dit jaar wat makkelijker afgaan dan de voorgaande jaren. We hebben een waterbron in de grond onder de tuin. Dus we hebben een mooie, Riffijnse, ontzettend arbeidsintensieve waterput tussen de olijfboompjes staan. Vorig jaar (ja, papa is druk bezig geweest met “moderniseren”) heeft papa een wateropslag laten bouwen en een elektrische pomp aangeschaft. Dus voor water druk je op een knop, pompt water naar dak et voila, ‘stromend water’. Geen gesjouw met emmers meer. Gewoon kraantje open en dweilen maar! Wat een weelde.

De meeste mensen in ons dorp hebben echter helemaal geen water. Hoe vaak ben ik met mijn nichtjes mee geweest die verderop woonden en water moesten halen? Soms zelfs helemaal in een ander dorp, van een gemeenschappelijke waterput. Dan gingen we in een vrolijke stoet paarden en ezels, zingend en lachend op weg. God, er werd wat afgeflirt toen. Niet dat ik er wat mee van doen had, ik was elf jaar of zo. Maar dat weerhield de nodige aanbidders er niet van op hun vrijersvoeten aan te snellen. Sterker nog, in de Rif is het nog steeds vrij normaal om als wildvreemde aan te kloppen… Of nee, aanbellen. We hebben sinds we elektriciteit hebben tegenwoordig een bel bij de buitenste poort. Om dus aan te bellen en te vragen naar een “glas thee”, met andere woorden: wij hebben gehoord dat jullie nog een vrijgezelle dochter hebben, wij komen het mollige, melkwitte Europese handje vragen. Gelukkig hebben we nog een poort aan de achterkant van het huis, waar je als wandelende verblijfsvergunning er stiekem tussen uit kan piepen.

Ook dit jaar was het raak, tot wel twee keer toe ging de bel, waarvan een keer zelfs tijdens het dweilen. Gelukkig konden mijn ouders de humor van deze invasie wel inzien, anders was ik nu wellicht mijn wittebroodsweken aan het vieren met een wildvreemde kerel. Dat die praktijken nog voorkomen, zeg. Op dat soort momenten ben je Rita Verdonk toch een beetje dankbaar dat ze de gang naar Nederland via economische (import-)huwelijken heeft bemoeilijkt door een aantal flinke hindernissen op te werpen. Ik heb gelukkig ouders die me niet (met behulp van emotionele chantage) onder druk zouden zetten zo een economisch huwelijk aan te gaan, maar er zijn genoeg andere vrouwen bij wie dit wel gebeurt. Het is voor deze groep maar goed ook dat de mogelijkheden beperkter zijn tegenwoordig. Het lijkt me in ieder geval een erg droog stuk wit brood om te behappen, als het je overkomt.

Deze column werd op 23 augustus 2007 gepubliceerd op SENmagazine.com

Advertenties

Reacties staat uit voor Wit brood (Part Two)

Opgeslagen onder Ouwe meuk!

Reacties zijn gesloten.