Open en bloot

Ik heb iets van 17 jaar een hoofddoekje gedragen – vanaf mijn vijfde tot mijn 22ste – totdat ik erachter kwam dat het stukje stof niet aan mijn hoofd vastgegroeid was, dus dat er geen chirurgische ingreep aan te pas hoefde te komen om hem te verwijderen. Wat een Aha-erlebnis! Nu is er na het afdoen van mijn hoofdtooi niet veel veranderd. Ik ga iets vaker naar de kapper, jawel. En heel misschien jaag ik er ook wat meer shampoo en conditioner doorheen. Ik hoef aanzienlijk minder veiligheidsspeldjes te kopen en als het regent heb ik opeens krullen. Maar daar is het wel bij gebleven. Of nee, ik lieg. Ik vergeet een hele grote verandering te noemen. Namelijk: de aandacht van mannen voor mijn persoontje ging van bovengemiddeld naar pakweg nul. Niks. Geen gefluit, geen “psst, psst”, geen vette knipogen of dubieuze klantkortingen in de shoarmazaak. Gewoonweg over. Klaar. Maar dat is toch een paradox, denk je dan? Zonder hoofddoekje ben je toch veel mooier, Fatima? Kennelijk dus niet. Al kan ik het wel verklaren: met een hoofddoekje val je immers op. De aandacht wordt getrokken naar het mysterie achter de lappen stof, men zoekt en zoekt naar een glimp van je persoon achter de bedekking, een tipje dat wordt opgelicht van de sluier. En dat maar op twee plekken, de handen en het gezicht. Aha! Daar moet je zijn. Je gezicht wordt meer benadrukt, je ogen, de vorm van je mond. Ik hielp uiteraard een handje mee door er liters eye-liner en mascara doorheen te jagen, maar dat terzijde. Maar nu met mijn zichtbare haren, net als de rest, ging ik geheel op in de massa. Ik was niet meer bijzonder, niet meer anders. Vreselijk! Weg alle aandacht. Of toch niet? De essentie van het hoofddoekje was geloof ik iets met kuisheid. (Vergeef me voor de vage bewoordingen, het is weer te lang geleden, de Qur’anschool.) Je zuiverheid bewaren en als instrument daarvoor diende je je hoofd te bedekken met een doek, om zo je schoonheid in te dammen. Ergo: je trok zo geen aandacht meer van bronstig manvolk. En een logisch gevolg daarvan is dat je dus nooit in aanmerking zal komen voor een wip, dus seks voor het huwelijk was bij deze nicht mehr in frage. Kuisheid, het allerhoogste goed van een moslimvrouw. Ingetogen en bescheiden. Op de bont uitgedoste wezens van de Amsterdamse Kalvercatwalk na, natuurlijk. Iedereen geeft zijn eigen betekenis aan zedigheid. Ikzelf legde de link niet met het hoofddoekje, maar meer in het uitdragen van mijn principes. En ik bemerk nog steeds de overblijfselen van mijn fundi-jaren. Ik heb grote moeite met het dragen van korte mouwen of haltertopjes. Verder dan een driekwartmouwtje in de zomer en een kniebroekje ben ik nog niet gekomen. Ik voel me (nog) niet heel erg op mijn gemak met te veel bloot vlees. Al spreekt mijn partner dat onmiddelijk tegen door te wijzen op mijn – hem een doorn in het oog zijnde – laag uitgesneden decolletés, maar goed: met een maatje meer in de categorie “voorgevel”, laat zo een V-hals al gauw meer van je rondingen zien dan beoogd. Ik zal proberen ze iets meer hooggesloten te kopen, lief. Echt waar. Gauw. Over 17 jaar ofzo.

Deze column werd op 3 mei 2007 gepubliceerd op SENmagazine.com

Advertenties

Reacties staat uit voor Open en bloot

Opgeslagen onder Ouwe meuk!

Reacties zijn gesloten.