Maandelijks archief: mei 2007

De buitenkant

Worden bepaalde mannen nou niet moe van zichzelf? Wie heeft daar nou echt zin in? Constant zijn zusje in de gaten houden. Of ze niet rookt. Of ze niet met een jongen praat. Is het nou echt zo dat broers per definitie een bloedhekel hebben aan hun zusjes? Dat er geen band is, geen gevoel van genegenheid voor je huisgenootje? Is het voor jou als man niet mogelijk om je zusje het geluk te gunnen? Zijn er geen mannen die totaal niet kunnen relativeren? Dat lijkt me echt sterk.

Ik raakte van de week verzeild in een discussie met een of andere kneus die beweerde dat hij zoveel respect had voor het Marokkaanse meisje, met wie hij een relatie zou krijgen, dat hij haar niet meteen om de hand ging vragen. Want dan had hij zich bekend gemaakt bij de ouders van dat meisje en de gemeenschap en dan als ze uit elkaar zouden gaan, dan zou niemand dat meisje meer willen, omdat ze een relatie had gehad. Smakelijk gelachen. Dat heb ik erom. Echt. Met gierende uithalen. Niet in de laatste plaats omdat vrij doorzichtig was dat hij niet bepaald van plan was een serieuze toekomst op te bouwen met het arme meisje en zich daarom moest bedienen van dit soort smoesjes als ‘ik heb teveel respect voor haar, om de relatie naar buiten te brengen en de ouders erbij te betrekken.’ (Nee, hij hield het liever geheim, dan hoefde hij zich daarna ook niet te verantwoorden. Wat niet weet, wat niet deert.) En ook niet omdat overduidelijk was dat hij nooit eerder een relatie heeft gehad. Nee, het argument dat een meisje nadat ze een relatie zou hebben gehad opeens een paria of uitschot zou wezen, was hetgeen dat de dijenkletser bij mij uitlokte. Wat een grap. Die jongeman leefde overduidelijk nog in het jaar 1814. Voor Christus. En het sneue aan alles was dat ie het nog zelf geloofde ook. ‘Als ik haar heb gehad, dan wil niemand haar meer.’ 90% van de vrouwelijke bevolking in Nederland trekt de wenkbrauw op. En de vrouwen die meerdere relaties hebben gehad, zonder enkel probleem, zelfs alletwee de wenkbrauwen! ‘Ja, maar ik kan het weten, want mijn vrienden zijn allemaal zo en hebben het mij zo verteld.’ Sure, mannen staan er ook echt om bekend dat ze hun diepste en intiemste gevoelens met hun vrienden delen. Net echt. Tussen het praten over auto’s en voetbal door, zeker?

Afijn, mijn punt is dat de mannen anno 2007 echt wel weten dat bepaalde dingen die ze doen krom zijn. En dat ze zich zelf niet prettig voelen bij het feit dat ze deze dingen moeten doen. Ik kan me niet voorstellen dat het meerendeel van de mannen een ander, een vrouw in dit geval, per definitie graag onrecht aandoet. Alsof al die mannen gewetenloos zijn. Vaak is het zo dat ze denken geen andere keus te hebben, door de sociale druk. Het is niet stoer als je vrienden je uitlachen, omdat ze je zusje op straat zagen praten met een jongen. Daar komt ook bij dat zo een man wellicht zal denken dat zijn omgeving hem ook zal uitlachen, omdat bijvoorbeeld zijn vriendin eerder een relatie heeft gehad. En negen van de tien keer is de man het er niet mee eens. Hij houdt immers van het meisje, of vindt haar op zijn minst aardig. Op zijn minst. Dan krijg je pas frustratie, dan krijg je pas schizofrenie. Voor de buitenwereld, of in dit geval zijn vrienden, moet hij de schijn ophouden. Maar zijn echte ‘ik’ wil anders zijn of is zelfs anders. Het punt waar ik me stoor is dat zo een eerder genoemde kneus dingen verkondigt als zijnde de realiteit. Terwijl het enige wat hij vertelt gewoon een beschrijving van het masker aan de buitenkant is. Laat dat duidelijk zijn.

Deze column werd op 31mei 2007 gepubliceerd op SENmagazine.com

Advertenties

Reacties staat uit voor De buitenkant

Opgeslagen onder Ouwe meuk!

Open en bloot

Ik heb iets van 17 jaar een hoofddoekje gedragen – vanaf mijn vijfde tot mijn 22ste – totdat ik erachter kwam dat het stukje stof niet aan mijn hoofd vastgegroeid was, dus dat er geen chirurgische ingreep aan te pas hoefde te komen om hem te verwijderen. Wat een Aha-erlebnis! Nu is er na het afdoen van mijn hoofdtooi niet veel veranderd. Ik ga iets vaker naar de kapper, jawel. En heel misschien jaag ik er ook wat meer shampoo en conditioner doorheen. Ik hoef aanzienlijk minder veiligheidsspeldjes te kopen en als het regent heb ik opeens krullen. Maar daar is het wel bij gebleven. Of nee, ik lieg. Ik vergeet een hele grote verandering te noemen. Namelijk: de aandacht van mannen voor mijn persoontje ging van bovengemiddeld naar pakweg nul. Niks. Geen gefluit, geen “psst, psst”, geen vette knipogen of dubieuze klantkortingen in de shoarmazaak. Gewoonweg over. Klaar. Maar dat is toch een paradox, denk je dan? Zonder hoofddoekje ben je toch veel mooier, Fatima? Kennelijk dus niet. Al kan ik het wel verklaren: met een hoofddoekje val je immers op. De aandacht wordt getrokken naar het mysterie achter de lappen stof, men zoekt en zoekt naar een glimp van je persoon achter de bedekking, een tipje dat wordt opgelicht van de sluier. En dat maar op twee plekken, de handen en het gezicht. Aha! Daar moet je zijn. Je gezicht wordt meer benadrukt, je ogen, de vorm van je mond. Ik hielp uiteraard een handje mee door er liters eye-liner en mascara doorheen te jagen, maar dat terzijde. Maar nu met mijn zichtbare haren, net als de rest, ging ik geheel op in de massa. Ik was niet meer bijzonder, niet meer anders. Vreselijk! Weg alle aandacht. Of toch niet? De essentie van het hoofddoekje was geloof ik iets met kuisheid. (Vergeef me voor de vage bewoordingen, het is weer te lang geleden, de Qur’anschool.) Je zuiverheid bewaren en als instrument daarvoor diende je je hoofd te bedekken met een doek, om zo je schoonheid in te dammen. Ergo: je trok zo geen aandacht meer van bronstig manvolk. En een logisch gevolg daarvan is dat je dus nooit in aanmerking zal komen voor een wip, dus seks voor het huwelijk was bij deze nicht mehr in frage. Kuisheid, het allerhoogste goed van een moslimvrouw. Ingetogen en bescheiden. Op de bont uitgedoste wezens van de Amsterdamse Kalvercatwalk na, natuurlijk. Iedereen geeft zijn eigen betekenis aan zedigheid. Ikzelf legde de link niet met het hoofddoekje, maar meer in het uitdragen van mijn principes. En ik bemerk nog steeds de overblijfselen van mijn fundi-jaren. Ik heb grote moeite met het dragen van korte mouwen of haltertopjes. Verder dan een driekwartmouwtje in de zomer en een kniebroekje ben ik nog niet gekomen. Ik voel me (nog) niet heel erg op mijn gemak met te veel bloot vlees. Al spreekt mijn partner dat onmiddelijk tegen door te wijzen op mijn – hem een doorn in het oog zijnde – laag uitgesneden decollet├ęs, maar goed: met een maatje meer in de categorie “voorgevel”, laat zo een V-hals al gauw meer van je rondingen zien dan beoogd. Ik zal proberen ze iets meer hooggesloten te kopen, lief. Echt waar. Gauw. Over 17 jaar ofzo.

Deze column werd op 3 mei 2007 gepubliceerd op SENmagazine.com

Reacties staat uit voor Open en bloot

Opgeslagen onder Ouwe meuk!