Het waarom van poezenwezens in beeld

Lastig soms, om aan niet-kattenreli’s uit te leggen wat het waarom van katten is. Maar terwijl ik aan het rondstruinen was op het interwebs, kwam ik onderstaand allesomvattend gifje tegen, waarin heel treffend wordt geïllustreerd hoe het komt dat we zo ontzettend van deze batshit crazy dramatische diva-wezentjes houden.

Aanschouw.

week13-lulz-5

 

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Blogs

Tegen wil en dank

Een klein Brabants kwartiertje en een ietwat langer Marokkaans half-uurtje later kwamen we, enigszins buiten adem door de heel erg lange wandeling vanaf Q-Park Museumplein, de kleine zaal van De Balie binnengeslopen. De uitreiking van de Blogparel 2011 was al in volle gang en het lukte nog net een colaatje te bestellen om de onderweg verloren vochtreserves aan te vullen, eer de geelgouden hand van Fatima van De hand van Fatima op het levensgrote scherm geprojecteerd werd. De hoofdprijs. Op een “feliciteren… migranten… *kuch* pijnlijk verhaal… *flits* stilistisch kan het beter…  kindjes… *hoest*” na kan ik me niet zo goed meer herinneren wat er precies gezegd werd, aangezien ik zo snel mogelijk van het podium en uit het zicht van de 100 paar ogen wilde verdwijnen. Ik wist niet hoe vlug ik me in de veilige armen van mijn vriendinnetjes moest storten afterwards en gelukkig was dat ook niet zo’n probleem, aangezien het spreekgestoelte wel lang genoeg bezet was gehouden.

Maar een dankwoord is op zijn plaats en waar anders kan dat beter dan op het winnende weblog, al heb ik het hier en daar wat moeten afstoffen en enkele achtpotige krakers moeten verjagen. Dus, daar gaan we dan: “Bij deze wil ik allereerst bedanken: mijn grappige, bemoeizuchtige, maffe, schattige, lieve ouders, dankbaar onderwerp voor mijn blogs en mijn allerliefste hartsvriendinnen @habibaatje en @normatje die ik eigenlijk het liefst naar voren had gestuurd om de prijs in mijn plaats in ontvangst te nemen, maar die zich zoals gewoonlijk niet door mijn gejengel, gepruil en gemanipuleer lieten ringeloren en mij resoluut richting het podium dirigeerden. Ten tweede: de heerlijke tweeps die mijn timeline tot een feestje maken en de reden waarom ik heb uitgekeken naar deze specifieke avond: @Renee_O (van harte gefeliciteerd met je Blogparel 2011 in de categorie Nieuwkomers voor Als een uit het nest gevallen vogeltje http://nogalirritant.tumblr.com/post/12729798522/als-een-uit-het-nest-gevallen-vogeltje-renee-o ), @SimOlst, @AzizBokazini, @AmoorahNL, @makbouli, @fatimaelatik, @MadameLatifa, @luisasamora, @favouriteshoes, @Jaymaroley, ik vond het heerlijk jullie in levende lijve te ontmoeten! Tenslotte dank ik de organisatie van het Blogbal 2012 en de organisator en juryleden van de Blogparel 2011 voor het faciliteren van deze bijzondere avond. Dank je wel voor de aandacht, complimenten en felicitaties en pas op voor de voorbijrollende tumbleweeds bij het verlaten van dit blog.

Oh, ja. Enne ‘world peace’, natuurlijk!”

Foto:

Mark Neurdenburg http://www.markneurdenburg.com/bloggersbal_2012/

3 reacties

Opgeslagen onder Blogs

Trouwma

Het huwelijk of beter gezegd: het steevast ontbreken van datzelfde huwelijk blijkt toch de weinig jolige variant van de ‘running gag’ te zijn in de gesprekken die ik in mijn ouderlijk huis heb. Hoewel we het grootste deel van de tijd prima met elkaar door een deur kunnen, steekt dit onderwerp de laatste paar jaar steeds vaker zijn spuuglelijke kop op.

Gisteren parkeerde ik per abuis tot tweemaal toe mijn auto tegen de vangrail op de A16. De kijker-naar-de-kettingbotsing-aan-de-overkant voor me, die plots op de rem trapte om de boel eens goed in ogenschouw te nemen vervolgde vrolijk zijn weg, terwijl ik in de slip raakte en het bijna niet meer had kunnen navertellen. Gelukkig kan ik het dus wel navertellen, hence this blog. Thuis werd ik opgewacht door een hysterische moeder (“Mijn Fatima, wat had ik zonder mijn Fatima gemoeten, ik zou mezelf van het leven hebben beroofd!”) en een zoals gewoonlijk fronsende vader (“Heb je niks? Ok. Waar heb je de auto gelaten?”) die vonden dat het tijd was voor een familievergadering.

Het was natuurlijk allemaal de schuld van het feit dat ik niet getrouwd was. En natuurlijk ook van het feit dat ik geen hoofddoek meer draag en ik niet naar mijn moeder luister, maar in eerste instantie was mijn ongetrouwde staat de hoofdoorzaak. Immers, was ik getrouwd geweest, dan had ik me niet op de snelweg bevonden, onderweg naar een afspraak met (tevens ongetrouwde) vriendinnen aan de andere kant van het land. Neen, ik zou dan bij mijn man geweest zijn, want dat is het equivalent van de ketting met loden bal aan je enkel. Met man blijf je thuis. Veel beter voor je. En als je dan ook nog meteen een bubs kinderen neemt, dan zal het onheil je nooit meer weten te vinden. Enigszins traag en verward door de klap die mijn hoofd had gekregen, probeerde ik deze logica te volgen en vroeg me af of mijn ouders niet ook een klap, maar dan van de molen hadden gehad. Ik bereidde me voor op de volgende slag.

Ik heb verschillende slagen met mijn behoorlijk conservatieve ouders moeten leveren in mijn leven. De Slag om het Afdoen van de Hoofddoek. Gewonnen in 2002. De Slag om het Op Mezelf Wonen. Gewonnen in 2004. De Slag om het Op Mezelf Wonen in poel des verderfs Amsterdam. Idem in 2004. De slag om de Reis naar Hong Kong, beslecht in mijn voordeel in 2010. (Die moet ik misschien iets toelichten: de Slag om Hong Kong was natuurlijk ook te herleiden naar het ‘ongetrouwd zijn’, hoe kan het ook anders? Door een reis naar Hong Kong – en überhaupt verre reizen -te maken, zouden mijn kansen op een huwelijk aanzienlijk slinken, daar ik met die actie natuurlijk een bepaald beeld van ‘te vrijgevochten en te onafhankelijk en niet in toom gehouden door haar vader’ zou creëren. Een beeld dat ik al had gecreëerd door het niet meer dragen van een hoofddoek en het verhuizen naar Amsterdam, om daar op mezelf te gaan wonen. Maar door een aantal jaren later weer terug te verhuizen naar moeders schoot, heb ik die misstap kennelijk weer enigszins recht kunnen breien. Totdat ik besloot om als vakantiebestemming Hong Kong te kiezen. Dat was huwelijksmarketingtechnisch een heel erg slechte zet.) Maar de oorlog om het recht om vooral (nog) niet te trouwen, die woedt vandaag de dag nog steeds hevig.

In mijn omgeving… Ok, ik wilde eigenlijk zeggen ‘in de Marokkaanse gemeenschap’, maar de ervaring leert om het gewoon dicht bij jezelf te houden en niet over een ‘gemeenschap’ van individuen te spreken. Dus, in mijn omgeving is het huwelijk en perikelen daaromtrent (relatie, verloving, seks, scheiding) het meest besproken onderwerp en daarom misschien zelfs wel het belangrijkste onderwerp. Zonder huwelijk geen leven. Het huwelijk werkt statusverhogend en zonder huwelijk tel je niet mee, word je misprijzend aangekeken of nog erger: medelijdend. Hier worden mijn ouders dagelijks mee geconfronteerd. En ik stel mijn ouders niet graag teleur. Ik zie het vurige verlangen naar kleinkinderen in hun ogen branden. En hun onbegrip voor het uitblijven van een kinderwens bij mij. Ze willen niet dat ik alleen achterblijf, als zij er niet meer zijn. Dat begrijp ik.

Ik word over een paar maanden 31, wat correspondeert met 51 in de Marokkaanse jaarkalender. Mijn moeder wordt met de dag onrustiger. Bij het minste of geringste wordt het trouw-en-voortplantonderwerp aangesneden, gevolgd door verwoede pogingen om me aan de import-Marokkaan te krijgen. Er schijnen daar genoeg gegadigden te zijn, die me weliswaar nooit gezien hebben, maar waarvan mijn ouders bij hoog en laag zweren dat het goede partijen zijn. Mijn ouders wijzen op het feit dat zoiets naar alle waarschijnlijkheid een economisch huwelijk zou zijn – een ticket naar het rijke Westen -, met een heel erg kleine kans van slagen, is aan dovemansoren gericht. Mijn moeder waagde het zelfs te zeggen dat trouwen en kort daarop scheiden beter was dan helemaal ongetrouwd blijven. Ben je tenminste wel getrouwd geweest. Lees: status. Ik kan niet beschrijven hoeveel pijn zo een opmerking doet. Generatiekloof of grote, gapende wond: ze zien er hetzelfde uit.

Status quo:  als je niet getrouwd bent, dan is er iets mis met je. Dan ben je veel te oud, veel te lelijk, een afgelikte boterham, vast heel erg vaak afgewezen, geestelijk niet in orde, een overblijvertje, een afgelikte boterham, te dominant, te vrij, een muurbloempje, te verNederlandst, te modern of natuurlijk …  een afgelikte boterham. Daarnaast maak je het jezelf als Marokkaanse vrouw natuurlijk niet makkelijk doordat je in eerste instantie de helft van alle menselijke wezens uit moet sluiten, namelijk vrouwen. Vervolgens van die mannen die overblijven ook nog eens alle niet-moslims uit te sluiten. En dan blijft er een handjevol over en binnen dat piepkleine vijvertje, sluit je ook nog eens alle niet-Marokkanen uit, want je dient je immers met iemand voort te plannen die dezelfde achtergrond, taal, cultuur en tradities heeft. Dit is wat er van je verwacht wordt. Een stukje indoctrinatie zorgt ervoor dat dit ook is wat je wilt. Wat je zelf ook belangrijk vindt. Van dat vijvertje is niet veel meer over dan een troebel plasje water. Vreemd genoeg wordt er binnen dat plasje volop getrouwd. Ieder weekend is het wel raak en in de maanden mei, juni en juli moet je portemonnee er zelfs doordeweeks aan geloven. Dus hoop doet leven. Als ik de door dat afschuwelijke Hollywood aangetaste realiteitszin enigszins buiten beschouwing laat, dan zou het mij toch ook moeten lukken?  Ik heb nota bene een zachte G.

Deze blog is mede mogelijk gemaakt door MyFavouriteShoes.nl en makbouli.blogspot.com (Of is het nou ‘dit blog’?)

10 reacties

Opgeslagen onder Blogs

Niedelans.

“Ui!”

“Ei.”

“Uiiiii.”

“Ei!”

“Mama, het is ui. Ui ui ui.”

“Eijoe.”

Ik kijk mijn moeder streng aan over mijn bril.

Mijn moeder kijkt met twinkelende bruine ogen terug. Ze vindt het kennelijk allemaal reuze grappig.

“Ok, we gaan een andere proberen. Zeg eens uu.”

“Oe?”

“Nee, uu.”

“Oeeeee.”

Ik bedenk me dat ik beter een voorbeeld kan noemen wat ze begrijpt.

“Uu, zoals in duur. Duur.”

“Doer!”

“ Heel duuuuuuuuuuuuur.”

“Hiel doer!”

Ik zucht.

“Uuuuu. Je moet je lippen zo tuiten. Uuuuu.”

Ik trek een zuurpruimmondje. Dat kan ik goed.

“Oeeeeeij?”

Ik leg mijn werkboek neer en breng mijn vingers naar haar mond. Ik probeer haar lippen in de juiste vorm te boetseren.

“Uu.”

“Wwwwwoeee.”

“Uuuuu.”

“Eujjjj.”

“Uuuuu.”

“Uuuuuwww.”

“Ja, dat was hem.”

“Uuuuuwww.”

Ik hoor mijn vader grinniken in de andere kamer. Het is half 1 ’s nachts en ik zou eigenlijk – net als mijn vader – al in bed moeten liggen, maar mijn moeder stond erop dat ik haar zou helpen met haar huiswerk.

“Let niet op hem, hij is gewoon jaloers.”, zegt mijn moeder. “Uuuuwww.”

“Uur.”

“Oer.”

“Uuuuuur. Mama, wel je best doen.”

“Eujjjr?”

“Uur. Uuu.”

“Uuuuwr.”

“Zes uur.”

“Ses joer!”

Ik kijk haar vermoeid aan.

“Ik ga slapen, hoor. Het is veel te laat en ik moet morgen we-”

“Nee, nog niet! Nog eventjes oefenen. Jij helpt mij nooit. Als jij vaker met mij zou oefenen, dan was ik allang veel verder geweest met mijn schoolwerk en-”

Ik luisterde al niet meer. Ik had deze uiteenzetting van mijn moeder – ook wel bekend als emotionele chantage – al veel vaker gehoord. En ik had vaak genoeg braaf met mijn moeder aan haar huiswerk gezeten en haar geprobeerd wegwijs te maken in het duizelingwekkende doolhoof der Nederlandse taal en grammatica. Leg een analfabete vrouw van bijna 60 maar eens uit dat een ‘g’ een ‘g’ is, maar dat de ‘c’ in combinatie met de ‘h’ ook een ‘g’ is. Maar ik beet me er graag in vast. Los van het feit dat ik – gezien mijn enorme liefde voor de Nederlandse taal – helemaal in mijn element was natuurlijk, is het ook fijn om op deze manier mijn moeder te assisteren in het ontwikkelen van haar zelfredzaamheid in deze maatschappij. En de Nederlandse taal- en conversatielessen die zij vrijwillig volgt in het buurthuis, zijn een vliegwiel gebleken in haar ontwikkeling. Zelfs op 59-jarige leeftijd. Haar taalvaardigheid is met grote sprongen vooruit gegaan, met als gevolg dat ik steeds beter moet oppassen wat ik bijvoorbeeld in het Nederlands over de telefoon vertel aan vrienden. Nu kwam ze er sowieso middels haar moedertelepathie vrij rap achter wat ik op mijn kerfstok had, maar tegenwoordig gaat het zo snel, dat ik niet eens de tijd heb om een dichtgetimmerde smoes te fabriceren. Het nadeel van de vooruitgang. En het feit dat mijn moeder degene is van wie ik mijn stronteigenwijsheid heb geërfd, helpt natuurlijk ook niet bepaald mee. Te meer omdat ik haar geduld weer niet geërfd heb.

Ik zuchtte.

“Goed dan. We gaan weer verder. Ui.”

“Ei!”

15 reacties

Opgeslagen onder Blogs

Papadag

Ik hees me vermoeid in de bestuurdersstoel. We mochten weer een dag achteraan gaan sluiten in de file, samen met de andere loonslaven. Luidruchtig geeuwend startte ik de auto. Ik zag vanuit een ooghoek dat de benzinemeter omhoog kroop, maar ik weet dat aan het traanvocht dat mijn ogen vertroebelde op dat moment. Nadat ik mijn ogen droog had geknipperd, keek ik weer naar de benzinemeter. De radio sloeg aan en Q-Music schalde door de speakers. Ik fronste mijn wenkbrauwen en draaide de sleutel weer terug. De motor en de radio verstomden gelijktijdig en de benzinemeter zakte weer gestaag terug naar zijn beginpositie. Ik startte nogmaals de motor en geschiedenis herhaalde zich. Motor ronkte zachtjes. Benzinemeter steeg naar drie-kwartvolle tank. Adele zong iets over regen die in brand staat. Ik zakte achterover in mijn stoel en liet de emotie van het moment op me inwerken. Ik blikte omhoog naar het slaapkamerraam, waarachter mijn ouders sliepen, maar waarschijnlijker stilletjes aan het luisteren waren geweest naar mijn ochtendritueel van snooze, snooze en nogmaals snooze, zuchtend en kreunend opstaan, wassen, in kleding schieten en een verlaat ochtendgebed verrichten. Vervolgens de trap af stommelen, half over de kat struikelen, kat eten geven, waarna enkele minuten later de voordeur achter mij in het slot zou vallen en al snel het gebrom van de auto zou klinken in de verte.

De auto snorde tevreden. Papa had in mijn afwezigheid getankt. De middag ervoor had ik de auto voor de zoveelste keer op sterven na dood voor mijn ouderlijk huis geparkeerd. In de wetenschap dat mijn weinig vorstelijke salaris nog wel een week of drie op zich zou laten wachten en het contante geld in mijn portemonnee een fata morgana was, was ik genoodzaakt de fiets te pakken voor mijn afspraak die avond. En die noodzaak gold waarschijnlijk ook voor de opeenvolgende dagen. De afgelopen jaren stond het spreekwoordelijke water vrijwel chronisch aan mijn neus, tot groot verdriet van mijn ouders. Mijn ouders – die volgens de officiële terminologie in de categorie ‘minima’ vallen – hebben altijd toch de mogelijkheid gezien om ondanks hun eigen minimuminkomen mij enigszins bij te kunnen staan.

Een grote katalysator daarin is mijn vader. Mijn doorgaans norskijkende vader, wiens eeuwige frons ik geërfd heb, is niet bepaald te spreken over het feit dat ik zijn strenge arbeidsethos en bijbehorende spaarzin juist niet heb geërfd. Hij maakte vroeger lange dagen en nog vaker lange nachten als metaalbewerker in een machinefabriek, waardoor we het altijd goed hebben gehad. En met goed bedoel ik: degelijke auto voor de deur, elk jaar op zomervakantie naar Marokko, aanwezige buffer om eventuele onvoorziene uitgaven op te kunnen vangen.  Het goed hebben. Ik heb dat niveau ondanks mijn inmiddels tweede 29ste levensjaar nog niet helemaal kunnen evenaren en dat stemt hem treurig, wat hem dus automatisch die frons oplevert. Om de zoveel tijd spreekt hij een hartig woordje met mij, maar ik weet dat ondanks de harde toon mijn welzijn voor hem op nummer één staat. Dat laat hij keer op keer, op zijn eigen norse wijze, duidelijk zien.

Zo besloot ik op een avond, terwijl we in het centrum een hapje aan het eten waren gegaan, dat het wel eens onwijs gaaf zou zijn om die avond het nachtleven in te duiken. Gewoon lekker spontaan. Ik belde mijn ouders op, hing een weinig origineel verhaal op over blijven logeren bij een vriendinnetje na een avondje films kijken en ging de spreekwoordelijke hort op, wat achteraf gezien uiteraard lang zo onwijs gaaf niet bleek. Die ochtend werd ik vroeg gewekt door het rinkelen van mijn telefoon. ‘Papa belt…’ flikkerde het schermpje. Ik drukte hem weg en zeeg weer neer in bed. Even later ging mijn telefoon weer af, waarna ik het proces van wegdrukken en me nog eens omdraaien herhaalde. De derde keer besloot ik om het geluid van mijn telefoon uit te zetten. Enige tijd later was ik wakker genoeg om te constateren dat ik een aantal gemiste gesprekken had van de vriendin bij wie ik het zogenaamde slaapfeestje had. Een kort telefoontje leerde mij dat mijn vader die bewuste ochtend bij haar aan de deur had gestaan. Betrapt. Ik maakte aanstalten afscheid te nemen van mijn laptop, telefoon en bankpas, zaken die in mijn woordenboek gelijkstonden aan vrijheid. Maar mijn vriendin had gelogen dat het gedrukt stond dat ik met een andere vriendin mee was gegaan om bij haar te blijven slapen. Het hart klopte me in de keel. Naarmate ze verder vertelde, bleek juist dat mijn vader niet uit wantrouwige overwegingen daar die bewuste ochtend aan de deur had gestaan. Integendeel. Hij kwam mij de auto brengen, zodat ik zelf niet met de bus naar huis hoefde. Of waarheen het mij ook beliefde te gaan die dag. De autosleutels liet hij in beheer bij mijn vriendin en zelf ging hij met de bus terug naar huis. Aan de andere kant van de telefoon kon je me de brok in mijn keel weg horen slikken. Ik voelde me verschrikkelijk en kon wel janken. Wat ik daarna ook maar gedaan heb.

Een andere keer wilde het toeval na een dineetje bij dezelfde vriendin thuis de accu van mijn telefoon was uitgevallen en we onderwijl de tijd uit het oog verloren waren. Inmiddels was het diep in de nacht en ik besloot te blijven slapen. Gezien het tijdstip was het vrij laat om mijn ouders van mijn besluit op de hoogte te stellen en de accu was immers leeg. Toen ik de volgende dag mijn ouderlijk huis binnenstrompelde, kreeg ik natuurlijk wel de verwachte we-maakten-ons-reuze-zorgenpreek voor de kiezen. Maar zo heel erg bezorgd waren ze niet, merkte ik, daar mijn vader in het holst van de nacht had besloten de fiets te pakken en helemaal naar de overkant van Eindhoven te fietsen om te kijken of mijn auto wel voor de deur van vriendin stond. Hij concludeerde daarop dat ik niet verkracht, verminkt en vermoord, maar vooral heel erg verkracht (is veel erger) dood in een greppel lag, maar gewoon op een oor in de logeerkamer. Nietsvermoedend en onverantwoordelijk as usual.

Gisteren heeft papa getankt. Naar alle waarschijnlijkheid met een diepe frons op zijn voorhoofd. Een frons die alleen door veel dankbare kusjes van zijn dochter weet te verdwijnen.


11 reacties

Opgeslagen onder Blogs

Koninginnedag

Nope, geen trauma’s te rapporteren dit keer.

1 reactie

Opgeslagen onder Blogs

Drie ei is een paasei

“En daarna gaan we eieren zoeken in de tuin, want dat vinden de kleintjes natuurlijk helemaal geweldig!” Mijn medecursisten kweelden tussen het stikken, rijgen en spelden door over hoe enig hun kindjes het vonden om paaseieren te zoeken tijdens het Paasfeest. Hoe de gevlochten rieten mandjes uitpuilden met vele, door mollige kinderknuistjes gebutste eitjes. En hoe verheugd de kindjes van school thuiskwamen met de zelfgekleurde ovale traktaties en aandoenlijke, spuuglelijke zelfgemaakte Paasfrummels. Ik voelde een lichte steek in mijn borst. Ik kende dit niet. Ik ken het wel, van de televisie en van de boeken en van horen zeggen. Maar ik ken het niet, het kleuren van eieren met plakkaatverf en zoeken van gekleurde en chocolade-eitjes in de schooltuin.

Op de islamitische basisschool waar ik zat, hadden we geen Paasviering, geen Sinterklaasviering, uiteraard geen Kerstlunch of -brunch of  -ontbijt. Maar ook geen Nieuwjaarsviering, geen sportdag, geen schooldisco of kampeeruitje. We hadden wel Suikerfeest, ook wel Eid el-Fitr geheten. En ondanks de naam, had het niks met eitjes te maken. Meer met suiker, maar dat viel in werkelijkheid ook wel mee. We moesten vooral reli-liedjes zingen en reli-verhaaltjes voordragen. En het lekkers moesten we zelf meenemen, daarvoor werden onze mama’s geïnstrueerd. We hadden wel Offerfeest. Wat voornamelijk ging over familie bezoeken en hangende schapenlijken in de schuur. Niet bepaald mijn meest favoriete feest. Tot op de dag van vandaag begrijp ik niet waarom we miljoenen schapen feestelijk om zeep moeten helpen, maar dat is weer een andere blog.

Ik heb sterk het gevoel dat ik door de vast weloverwogen keuze van mijn ouders me op een islamitische basisschool te plaatsen, toch behoorlijk wat essentiële dingen gemist heb. Of ik het mijn ouders kwalijk neem, daar ben ik niet helemaal over uit. Misschien. Er zijn een aantal zaken die toch een behoorlijke indruk hebben achtergelaten op mijn kinderzieltje. Ik neem het mijn moeder bijvoorbeeld tot op de dag van vandaag wel kwalijk dat ze me ooit uit mijn eerste en meteen ook mijn laatste carnavalsoptocht heeft geplukt. Het was een zwarte bladzijde in mijn ‘book of life’. Opgewonden en tegelijkertijd lichtelijk beschaamd begaf ik me die bewuste dag tussen de bont uitgedoste kindertjes. Naast mijn dagelijkse schoolgangerskloffie, had ik een knaloranje sjaal om. Ik had deze sjaal stiekem van huis meegesmokkeld. Het was geen carnavalssjaal, maar gewoon een wintersjaal van mijn ernstig kleurenblinde en weinig modegenieke moeder. Hij leek mij geknipt voor deze heuglijke aangelegenheid. Plus ik had toch niks anders. Details. De andere kindjes vroegen me wijselijk niet wat ik ‘voor moest stellen’. Ik probeerde de meewarende blikken van leraren te ontwijken, terwijl ik aan mijn sjaal sjorde. Toen mochten we eindelijk gaan lopen. Een karavaan luidruchtige, kleurig geschminkte, uitgelaten kindertjes. De confetti en serpentines dwarrelden om me heen en ik zag dat het goed was. Helaas was dat zicht van korte duur. Mijn moeder sleurde me op dat moment uit de optocht. Ik mocht niet mee lopen. Het was me volstrekt onduidelijk waarom niet. Ik brulde en stampvoette. Ik smeekte. Het mocht niet baten. We gingen ervoor in de plaats op ‘op bezoek’ bij de vriendin van mijn moeder. ‘Op bezoek’ was veel ‘leuker’. Ik bedenk me nu ineens dat ik niet eens werd omgekocht met lekkers. Niet eens! Ik heb jaren met dit voorval in mijn maag gezeten. Ik koester volgens mij tot op heden nog steeds wrok. Maar goed, niet veel later ging ik naar de islamitische basisschool en daar was carnaval geen issue meer. Niets wat leuk was, was een issue meer. Koren op de molen van mijn eenvoudige ouders. Ze hoefden zich geen zorgen meer te maken over allerlei kosteninefficiënte zaken als carnaval, verjaardagen of Sinterklaas.

Het fenomeen ‘Sinterklaas’ was sowieso niet aan mijn ouders besteed. Ik kan me herinneren dat ik als kleutertje keurig iedere Decemberavond dat het volgens de juf mocht, mijn schoen zette. Met een wortel erin. En de volgende ochtend was zowel de schoen als de wortel weg. Ik hield echter vol, immers de aanhouder wint. Wederom schoen. Idem wortel. Maar nee, niks geen Barbie of My Little Pony of pepernoten, schuimpjes en taai taai. De pasgedweilde vinylvloer staarde me smalend aan. Misschien de verkeerde schoen gezet? Ik liet me niet van de wijs brengen en zette toch gewoon weer mijn schoen. Even later verruilde ik hem toch voor een ander exemplaar. De volgende ochtend nam ik echter niet meteen de moeite om te kijken of mijn schoentje er nog stond. Die middag, toen ik thuiskwam van school, zag ik tot mijn grote vreugde mijn schoen nog staan, met een pakketje erin! Hoezee! Ik struikelde zowat over mijn korte, dikke beentjes om bij de schoen te geraken. Waarna ik constateerde dat het pakketje een aangebroken zakje borrelnootjes van het Edah-huismerk was, met een elastiekje erom gebonden, zodat ze krokant bleven. Verschillende gevoelens gaan er door me heen als ik terugdenk aan dat moment: de intense, allesomvattende teleurstelling, die kan ik me nog erg goed herinneren. Teleurgesteld omdat Sinterklaas blijkbaar alleen de Nederlandse kindjes bezocht. Al wist ik toen al dat Sinterklaas gewoon niet bestond, want dat hadden mijn ouders mij al fijntjes medegedeeld, toen ik me hardop afvroeg waarom mijn schoentje nooit gevuld was. Maar die slachtofferrol zat er toen al ingebakken: waarom hunnie wel en ikke nie. Ik denk dat ik op dat moment volwassen ben geworden. Ik was 5. Enkele maanden later werd ik overgeplaatst naar de islamitische basisschool, waar Sinterklaas nooit meer ter sprake kwam en de schoenen alleen gezet werden in de hoek van het klaslokaal, op het moment dat het tijd was voor het gezamenlijke middaggebed.

22 reacties

Opgeslagen onder Blogs